Een appartement klaarmaken voor verhuur, dat klinkt simpel. En toch… ik zie zó vaak plekken waar je denkt : “hier had zoveel meer ingezeten”. Te vol, te leeg, te donker, te persoonlijk. En dan haakt een huurder gewoon af. Zonde. Want met een paar slimme keuzes kan dezelfde ruimte ineens aantrekkelijk, rustig en logisch aanvoelen. Dat is precies wat je wilt, toch ?
Franchement, voordat je begint met accessoires schuiven of kaarsen neerzetten : kijk eerst naar het geheel. Hoe voelt de ruimte aan als je binnenkomt ? Is het licht ? Rustig ? Of eerder rommelig ? Ik heb ooit een klein appartement in Utrecht gezien dat op foto’s niks bijzonders was, maar in het echt… wow. Alles klopte. Neutrale kleuren, goede indeling, niks overbodigs. Dat blijft hangen. En ja, zulke appartementen doen het ook beter op platforms en via sites zoals https://www.sites-annonces-immobilieres.fr, waar presentatie echt het verschil maakt.
Begin bij het licht (serieus, dit is nummer één)
Als ik één ding moet kiezen dat een appartement meteen beter maakt : licht. Natuurlijk licht eerst. Trek die zware gordijnen weg. Echt, weg ermee. Ga voor lichte in-betweens of simpele rolgordijnen. Laat het daglicht z’n werk doen.
En kunstlicht ? Dat wordt vaak onderschat. Eén plafondlamp in het midden is niet genoeg. Punt.
Wat wél werkt :
- een warme plafondlamp (geen ziekenhuiswit, alsjeblieft)
- een vloerlamp in de hoek van de woonkamer
- een kleine tafellamp op een dressoir of nachtkastje
Dat geeft lagen. Sfeer. En het voelt meteen bewoond, zonder persoonlijk te worden.
Kleuren : veilig, maar niet saai
Hier zie ik veel twijfel. “Alles wit doen ?” Ja… maar niet dat kille, harde wit. Ik ben zelf meer fan van gebroken wit, licht beige, zacht greige. Kleuren die niks schreeuwen, maar wel warmte geven.
Waarom ? Omdat een huurder zichzelf daar makkelijker ziet wonen. Een felgroene muur ? Misschien mooi, maar ook risicovol. En eerlijk : neutraal verkoopt (of verhuurt) beter. Altijd.
Tip uit ervaring :
Een lichtgekleurde muur + houten vloer = bijna nooit fout. Zelfs in kleine ruimtes werkt dit verrassend goed.
Meubels : minder, maar slimmer
Dit is een klassieker, maar ik blijf ‘m herhalen. Te veel meubels maken een appartement kleiner. Punt.
Vraag jezelf bij elk meubelstuk af : “heeft dit echt een functie ?”
Wat meestal volstaat :
- een compacte bank (niet zo’n kolos)
- een simpele eettafel met 2 of 4 stoelen
- een bed met rustig hoofdbord
- een kast of dressoir voor opbergruimte
En laat ruimte over. Lege ruimte is geen gemis, het is ademruimte. Dat voelt een huurder meteen, zelfs onbewust.
Details die het verschil maken (maar niet te persoonlijk)
Hier mag je een beetje spelen. Maar hou het subtiel. Geen familiefoto’s, geen uitgesproken kunst.
Wat wél werkt, en dit zeg ik uit de praktijk :
- een groot spiegel (maakt de ruimte groter, altijd goed)
- een paar kussens in rustige tinten
- een plant (liefst eentje die niet meteen doodgaat)
- een vloerkleed om de zithoek te kaderen
Ik had laatst een studio gezien waar alleen een goed gekozen kleed de hele kamer “af” maakte. Dat verraste me echt.
Vergeet de eerste indruk niet
De entree. De hal. Dat kleine stukje waar je binnenstapt. Daar wordt vaak niks mee gedaan. En dat is jammer, want dit is letterlijk het eerste gevoel.
Een simpele kapstok, een kleine spiegel, goede verlichting. Meer hoeft niet. Maar het voelt meteen verzorgd. En dat telt.
Wat zou ik zelf doen, als het mijn appartement was ?
Heel eerlijk ? Ik zou focussen op :
- licht maximaliseren
- rustige kleuren kiezen
- meubels schrappen in plaats van toevoegen
- een paar sterke, simpele accenten
Niet alles tegelijk. Stap voor stap. Je hoeft geen designappartement te maken. Je moet een plek creëren waar iemand denkt : “ja, hier kan ik wonen”.
En als die gedachte blijft hangen… dan zit je goed.
